Ruim 1 op de 5 werknemers in Nederland (20,1%) had in 2024 last van burn-outklachten, blijkt uit de meest recente cijfers van RIVM, TNO en CBS op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Dat is het hoogste percentage sinds het begin van de metingen in 2014, toen 13,4% van de werknemers hiermee kampte.
De cijfers laten duidelijke verschillen zien. Vrouwelijke werknemers rapporteren vaker burn-outklachten dan mannelijke werknemers (22,2% tegenover 18,2%). Werkenden tussen de 25 en 34 jaar scoren het hoogst van alle leeftijdsgroepen, met 26,3%. Onder zelfstandig ondernemers ligt het percentage met 11,8% (cijfers 2025) lager dan onder werknemers, maar ook deze groep laat een stijgende lijn zien.
De structurele stijging van bijna zeven procentpunt in tien jaar tijd wijst op een aanhoudend probleem: steeds meer mensen ervaren langdurige psychische vermoeidheid door hun werk. Dat zet niet alleen individuele werknemers onder druk, maar ook de zorg — huisartsen en de ggz krijgen te maken met een groeiende instroom van mensen met werkgerelateerde stressklachten.
De rol van de psychosociaal therapeut
Voor veel mensen met beginnende of milde burn-outklachten is niet meteen gespecialiseerde ggz-zorg nodig. Een NAP-therapeut die is gespecialiseerd in stress- en burn-outbegeleiding kan ondersteunen bij het herstellen van energiebalans en het doorbreken van patronen die stress in stand houden — vaak met kortere wachttijd dan de reguliere zorg, en goed te combineren met een traject via de bedrijfsarts of huisarts. Met de aanhoudend hoge cijfers is de kans groot dat NAP-therapeuten dit jaar vaker met deze klachten te maken krijgen.
Bronnen
[1] RIVM. Burn-out klachten — Monitor Mentale Gezondheid (werkenden). Cijfers gebaseerd op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (CBS, TNO), verslagjaar 2024, en de Zelfstandigen Enquête Arbeidsomstandigheden (CBS, TNO), verslagjaar 2025.
